Wist je dat Engels en Nederlands eigenlijk nabije familie van elkaar zijn? Omdat zowel Engels als Nederlands tot de familie van de West-Germaanse talen behoren, hebben de talen veel overeenkomstige grammatische eigenschappen. Er wordt zelfs gezegd dat door de overeenkomsten tussen de twee talen, Nederlands de makkelijkste taal is om te leren voor Engels sprekende mensen.

Wist je bijvoorbeeld dat er veel Nederlandse woorden geadopteerd zijn door de Engelse taal? Op dezelfde manier worden veel Engelse woorden gebruikt in dagelijkse conversaties van Nederlands sprekende mensen, veel van deze woorden zijn zelfs opgenomen in het Nederlandse woordenboek. Klik hier om meer te leren over Engelse woorden die afstammen van het Nederlands.

Dus zelfs als Nederlands je moedertaal niet is, je nog nooit Nederlands gestudeerd hebt of nog nooit naar België of Nederland geweest bent, kan het zijn dat je meer Nederlands spreekt dan dat je denkt! Kijk maar eens naar de woorden: appel, peer, tomaat, banaan, koekje, schoen, blauw, groen, bruin, rood. Kan je raden wat deze woorden betekenen?

Je kan ook altijd, wanneer je moeite hebt met het vormen van je gedachten, een paar Engelse termen in je zinnen gooien, Belgische mensen doen dit namelijk zelf ook. 

Zoals tussen elke 2 talen zijn er ook veel verschillen tussen de twee talen. Vrij vanzelfsprekend zijn de verschillen in de woordenschat, uitspraak, spelling, gezegdes, uitdrukkingen, etc. Hoewel de basis van de grammatica van beide talen gelijkaardig zijn, zijn hier ook zeker verschillen in terug te vinden. 

Als je Engels spreekt en je Nederlands wilt leren, kan het een goed idee zijn om de hoofdzakelijke verschillen tussen de grammatica van het Engels en het Nederlands te bestuderen. Indien je dit wilt doen heb je geluk, toevallig is dat het onderwerp waar we in dit artikel op zullen focussen. Zullen we er maar mee beginnen?

Verschillen engels en nederlandse grammatica
2 diverse talen. Tal van verschillen in de grammatica
De beste leraren Rock gitaar beschikbaar
Joachim
Joachim
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Thomas
5
5 (5 reviews)
Thomas
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Sofie
Sofie
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Emily
Emily
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jasper
5
5 (1 reviews)
Jasper
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stéphanie
Stéphanie
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Johan
Johan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Wannes
Wannes
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Joachim
Joachim
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Thomas
5
5 (5 reviews)
Thomas
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Sofie
Sofie
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Emily
Emily
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jasper
5
5 (1 reviews)
Jasper
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stéphanie
Stéphanie
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Johan
Johan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Wannes
Wannes
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

1. Woordvolgorde - Een van de grootste grammaticale verschillen tussen het Nederlands en het Engels

Een van de meest significante verschillen tussen de Engelse en Nederlandse grammatica is de woordvolgorde. Beide Nederlands en Engels gebruiken het OWV patroon (Onderwerp - Werkwoord - Voorwerp) als de basis zinsstructuur. Maar de woordvolgorde die gebruikt wordt in de twee talen volgen niet altijd hetzelfde patroon.

Eindige en niet-eindige werkwoorden

Een van de verschillen in de woordvolgorde is dat er in het Nederlands het eindige werkwoord gescheiden wordt van het niet-eindige werkwoord. De twee worden gescheiden door bijwoorden. Om dit een beetje duidelijker te maken gebruiken we volgend voorbeeld: ‘Thomas gaat morgen winkelen in Brussel’.

Wanneer we de Nederlandse woordvolgorde volgen, zou dit vertaald worden naar: ‘Thomas is going tomorrow shopping in Brussels’. Natuurlijk, als je correct Engels gebruikt, zou je het eindige en niet eindige werkwoord bij elkaar houden (‘Thomas is going shopping in Brussels tomorrow’). Hoewel deze zin een uitzondering is, wordt, in het Nederlands, het eindige werkwoord op het einde van de zin geplaatst.

Zinnen die niet starten met een onderwerp.

Een ander verschil in de woordvolgorde treedt op wanneer zinnen niet beginnen met het onderwerp van de zin. Je kan bijvoorbeeld zeggen: ‘On Friday we eat Belgian fries’ (dit was een van de weinige tradities toen ik jong was). In het Nederlands, zou dit vertaald worden naar: ‘Op vrijdag eten we Belgische frietjes’. Als je al een beetje Nederlands kan spreken, zou je hebben opgemerkt dat het onderwerp ‘we’ en het werkwoord ‘eat’ van plaats gewisseld hebben. 

Zinnen die starten met bijzinnen

Een gelijkaardig verschil treedt op wanneer een zin start met een bijzin. Bijvoorbeeld: ‘If you are going to Antwerp, I’ll come with you’. Of in het Nederlands: ‘Als jij naar Antwerpen gaat, kom ik met je mee’. Als je de Nederlandse woordvolgorde gebruikt, zou de Engelse vertaling als volgt zijn: ‘If you’re to Antwerp going, come I with you’.

Nederlands grammatica
De Nederlandse grammatica kan sterk verschillen met de Engelse

2. Verschillende gebruiken van werkwoordstijden in de Engelse en Nederlandse grammatica. 

Zowel het Nederlands als het Engels hebben 4 basis werkwoordstijden: De tegenwoordige tijd, de onvoltooid verleden tijd, de voltooid tegenwoordige tijd en de voltooid verleden tijd. Ook al zijn er gelijkenissen tussen deze tijden, worden ze niet altijd op dezelfde manier gebruikt. Een vrij vaak voorkomende fout die Nederlands sprekende mensen maken wanneer ze Engels spreken is dat ze de Voltooide tegenwoordige tijd gebruiken wanneer ze eigenlijk de onvoltooid verleden tijd moeten gebruiken.

Bijvoorbeeld, in het Engels zou je het volgende zeggen: ‘She learned some Afrikaans yesterday’. In plaats hiervan kan het zijn dat een Nederlands sprekende persoon gemakkelijk de fout maakt om de voltooid tegenwoordige tijd te gebruiken en het volgende zegt: ‘She has learned some Afrikaans yesterday’. Dit komt door de manier waarop je deze zin zou opbouwen als je de Nederlandse grammaticaregels zou volgen. In het Nederlands zou je de voltooid tegenwoordige tijd gebruiken: ‘Zij heeft gister Afrikaans geleerd’. 

Een ander veel voorkomende verwisseling van werkwoordstijden tussen het Nederlands en het Engels is het gebruik van de tegenwoordige tijd in plaats van de onvoltooid toekomstige tijd. Terwijl dat in het Nederlands de tegenwoordige tijd in de zin ‘I teach you how to speak Dutch tomorrow’ volledig correct is, wordt er in het Engels hier de onvoltooid toekomstige tijd gebruikt ‘I will teach you how to speak Dutch tomorrow’.

Verder kan je je voorbereiden dat een Belgische persoon je het volgende zal vertellen ‘I live in Leuven since 2012’. In het Nederlands, wordt ook hier de tegenwoordige tijd gebruikt, in tegenstelling tot het Engels waar de voltooid tegenwoordige tijd gebruikt zou moeten worden (‘I have lived in Leuven since 2012’) Leer hier meer over de Nederlandse werkwoordstijden. 

De beste leraren Rock gitaar beschikbaar
Joachim
Joachim
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Thomas
5
5 (5 reviews)
Thomas
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Sofie
Sofie
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Emily
Emily
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jasper
5
5 (1 reviews)
Jasper
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stéphanie
Stéphanie
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Johan
Johan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Wannes
Wannes
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Joachim
Joachim
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Thomas
5
5 (5 reviews)
Thomas
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Sofie
Sofie
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Emily
Emily
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jasper
5
5 (1 reviews)
Jasper
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stéphanie
Stéphanie
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Johan
Johan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Wannes
Wannes
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

3. Het gebrek aan hulpwerkwoorden in de Nederlandse Grammatica. 

In tegenstelling tot de Engelse taal, gebruikt het Nederlands geen hulpwerkwoorden om een vraagzin te vormen. Dus om een vraag in het Nederlands te vormen, hoef je geen hulpwerkwoord zoals ‘do’ aan de zin toe te voegen. Omdat de hulpwerkwoorden niet altijd aanwezig zijn in de Nederlandse taal, kan het gebruik van ‘do’ en ‘did’ moeilijk zijn voor een Belgische persoon die Engels leert spreken. ‘did’ might be a bit tricky for a Dutch beginner learning to speak English.

Daarom kan het zijn dat je een Belgische persoon hoort zeggen: ‘Like you this language course?’ (‘vind je deze taalcursus leuk?’) in plaats van: ‘Do you like this language course?’

Vroeger was het niet nodig om deze hulpwerkwoorden toe te voegen in het Engels. Tegenwoordig kan het raar klinken wanneer je in het Engels een vraagzin maakt zonder een hulpwerkwoord, maar bekijk bijvoorbeeld de teksten van Shakespeare en je zal zien dat het Nederlandse systeem hier wordt gebruikt. Even terzijde, dit kan een vrij interessant onderwerp zijn voor een thesis, als je toevallig nog op zoek was naar een onderwerp. Of ben ik de enige die geïnteresseerd is om erachter te komen waarom dit veranderd is?

Groep mensen die Nederlands oefenen
Spreken is de beste manier om Nederlands te leren

Wil je meer ontdekken van de Nederlandse werkwoord vervoegingen? Lees ons volgend artikel van Superprof.

4. Enkelvoudige voornaamwoorden in het Nederlands: ‘Iedereen’ wordt gebruikt voor zowel ‘Anyone’ en ‘Everyone’

Waar in het Engels een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘everyone’ en ‘anyone’, gebruiken ze in België gewoonweg ‘iedereen’ voor beide. Dus als je in het engels het volgende zegt: ‘anyone can learn a foreign language’ of ‘it seems like everyone is learning foreign languages these days’, gebruik je in beide gevallen ‘iedereen’ in het Nederlands.

Zo wordt ‘alles’ gelijkaardig gebruikt voor zowel ‘everything’ en ‘anything’. Voorbeelden waar je in het Nederlands het woord ‘alles’ zou gebruiken zijn: ‘everything is written in Flemish’ or ‘I can’t understand anything written in Flemish’. 

Hoewel ‘iedereen’ verwijst naar meerdere mensen, wordt het woord toch beschouwd als een enkelvoudig voornaamwoord in het Nederlands. Hetzelfde geldt voor ‘alles ’: Hoewel het naar meerdere objecten verwijst wordt het beschouwt als een enkelvoudig voornaamwoord. Daarom zeg je ‘iedereen is’ en ‘alles is’ in plaats van ‘iedereen zijn’ en ‘alles zijn’.

‘Anyone’ en ‘everyone’ worden in het engels ook beschouwd als enkelvoudige voornaamwoorden. Echter kom je in de engelse spreektaal soms een zin tegen zoals: ‘everyone is showing of their language skills’. In het Nederlands zal je, in een formele of informele situatie, nooit zo een zin tegenkomen.

Leer alles over deze andere grammatica regels in je Nederlands lessen!

Deze grammaticafouten moet je niet maken
Engelse grammatica is even ingewikkeld als de Nederlandse

5. Het voornaamwoord ‘Het’ (‘It’) wordt zowel voor het enkelvoud als het meervoud van naamwoorden gebruikt. 

Als een Belgisch persoon het volgende tegen je zegt ‘it are good quality tulips’, zal je waarschijnlijk moeite moeten doen om een grijns te verbergen. Dit is echter wel de manier die gebruikt wordt in het Nederlands aangezien er geen meervoud van ‘het’ bestaat. In het Nederlands zou je het volgende zeggen: ‘het zijn tulpen van goede kwaliteit’.

Het is toegestaan om een kleine grijns te tonen wanneer deze zin wordt gebruikt door een verkoper aan een marktkraam in Brussel. Maar in elke andere situatie moet je het feit, dat het vertalen van ‘het zijn’ naar ‘they are’ moeilijk kan zijn voor een Belgisch persoon die engels leert spreken, in het achterhoofd houden. 

Het is niet dat het gebruik van ‘they are’ in deze gevallen niet bestaan in het Nederlands. Dit wordt enkel gedaan wanneer ‘they’ niet direct gelinkt wordt aan een naamwoord in dezelfde zin. ‘they are’ wordt enkel gebruikt om te verwijzen naar een naamwoord in bijvoorbeeld, de vorige zin.

Bijvoorbeeld: ‘het zijn goede kwaliteit tulpen’ (‘they are high quality tulips’) en ‘ze zijn van goede kwaliteit’ (‘they are of good quality’). Merk op dat in de tweede zin het naamwoord:‘tulpen’, niet aanwezig is.

Hopelijk vond je onze blog leuk. Waarom bekijk je onze volledige serie over de Nederlandse grammatica niet?  

>

Het platform dat privé leraren en leerlingen met elkaar verbindt

1ste les gratis

Vond je dit artikel leuk? Laat een beoordeling achter!

5,00 (1 beoordeling(en))
Laden...

Imanu