Heel vaak worden we bij het leren van een vreemde taal eerst geconfronteerd met de verschillen, niet met de gelijkenissen. Maar dat is juist wat het zo interessant maakt. Misschien hebben mensen je wel gewaarschuwd over de Duitse taal - of je net aangemoedigd om Duits te leren van een germanofiel (of is het teutonofiel?).

Hoe dan ook, hier volgen een paar verschillen die je in de loop van je Duitse grammaticalessen kunt verwachten.

De beste leraren Duits beschikbaar
Georgette
4,9
4,9 (6 reviews)
Georgette
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Nico
5
5 (8 reviews)
Nico
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anke
5
5 (2 reviews)
Anke
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Xenia
5
5 (2 reviews)
Xenia
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Zoë
5
5 (2 reviews)
Zoë
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Lisa
5
5 (3 reviews)
Lisa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Katelijn
Katelijn
35€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Dirk
Dirk
40€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Georgette
4,9
4,9 (6 reviews)
Georgette
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Nico
5
5 (8 reviews)
Nico
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anke
5
5 (2 reviews)
Anke
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Xenia
5
5 (2 reviews)
Xenia
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Zoë
5
5 (2 reviews)
Zoë
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Lisa
5
5 (3 reviews)
Lisa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Katelijn
Katelijn
35€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Dirk
Dirk
40€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

De Duitse taal heeft zowel geslachten als naamvallen

Hoeveel geslachten heeft het Duits?

Het is een steeds terugkerend thema in alle online cursussen Duits. Dat heeft te maken met het grootste struikelblok voor iedereen die Duits studeert: de geslachten van de Duitse woorden. Als je Duits leert moet je natuurlijk de geslachten kennen, net als bij de meeste Romaanse talen. In het Nederlands krijgen mannelijke en vrouwelijke woorden hetzelfde lidwoord. Ook bijvoeglijke naamwoorden blijven hetzelfde in elk geslacht.

Net als in het Nederlands, maar in tegenstelling tot de Romaanse talen, kent het Duits ook een derde geslacht: onzijdig.

De geslachten zijn erg bepalend voor het woordgebruik in Duitse zinnen. Alle vrouwelijke woorden blijven natuurlijk vrouwelijk (hoewel "das Mädchen", het meisje, onzijdig is, dankzij het verkleinende achtervoegsel "-chen"). Verder heeft elk voorwerp, hoe levensloos het ook is, een geslacht. "Melk", bijvoorbeeld, is vrouwelijk, "hoofd" is mannelijk.

Baby's en kinderen zijn onzijdig.

Leer Duits online met Superprof.

Lees hier meer over de Duitse naamvallen.

Worden Duitse woorden verbogen?

Omdat het Duits zo'n geordende taal is, is het erg belangrijk dat zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden hun correcte grammaticale plaats in de zin kennen. Om dat te doen, worden ze verbogen.

Het goede nieuws is dat, naast het toevoegen van een "-s" aan het mannelijk en onzijdig enkelvoud in de genitief, en een "-en" aan meervouden in de genitief en datief, de zelfstandige naamwoorden zelf vrijwel met rust gelaten worden (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Oudgrieks, dat zowat elk woord verboog). De lidwoorden (bepaald en onbepaald), de aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden, de voornaamwoorden en de bijvoeglijke naamwoorden kunnen dus variëren naargelang hun grammaticale identiteit.

Over het algemeen wordt de nominatief gebruikt voor het onderwerp, de accusatief voor het lijdend voorwerp, de datief voor het lijdend voorwerp en de genitief voor bezit. Bepaalde voorzetsels hebben ook specifieke naamvallen.

Genitieve naamval in het Duits
De genitieve naamval in het Duits duidt op bezit. (Bron: Unsplash.com)

Volg je priveles Duits!

Hoe verschilt de Duitse woordvolgorde van het Nederlands?

De Duitse zinsbouw is nogal rigide, afhankelijk van het soort zin.

Volgorde van de woorden in de Duitse taal
De Duitse woordvolgorde kan verschillen van die in het Nederlands. (Bron: Unsplash.com)

De positie van het werkwoord in Duitse zinnen

Duitse werkwoorden hebben een vaste plaats in de zin. In een hoofdzin komt het altijd op de tweede plaats, zelfs als wat op de eerste plaats komt een bijzin is.

  • Ich arbeite zu Hause. (Ik werk thuis.)
  • Donnerstags arbeite ich zu Hause. (Op donderdag werk ik thuis.)
  • Weil ich auf meine Kinder aufpassen muß, arbeite ich zu Hause. (Omdat ik op mijn kinderen moet passen, werk ik thuis.)

In een bijzin komt het werkwoord aan het eind:

  • Ich kann meine Arbeitszeiten bestimmen, weil ich zu Hause arbeite. (Ik kan mijn eigen werktijden kiezen omdat ik thuis werk.)

In tijden met hulpwerkwoorden neemt het hulpwerkwoord de plaats van het werkwoord in: de infinitief of het deelwoord komt aan het eind van de zin, en het hulpwerkwoord ofwel op de tweede plaats (hoofdzin) of helemaal aan het eind (bijzin):

Letztes Jahr habe ich Donnerstags zu Hause gearbeitet. (Vorig jaar werkte ik thuis op donderdag.)

Wusstest du eigentlich, dass ich letztes Jahr zu Hause gearbeitet habe? (Wist je dat ik vorig jaar thuis heb gewerkt?)

Vind leraren voor lessen Duits.

Dit is hoe de zinsbouw en woordvolgorde in het Duits werkt.

Waar hoort het lijdend voorwerp in Duitse zinnen?

Het lijdend voorwerp in het Duits krijgt de accusatief
Het lijdend voorwerp of het accusatief voorwerp komt in de Duitse taal na het lijdend voorwerp of het datief voorwerp. (Bron: Unsplash.com)

Laten we even een voorbeeld bekijken:

  • Ik gaf de man een zakdoek. (Zonder "aan": Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp + Lijdend Voorwerp)
  • Ik gaf een zakdoek aan de man. (Met "aan": Onderwerp + Werkwoord + Lijdend Voorwerp + Indirect Voorwerp)

Theoretisch is de hoofdvolgorde in het Duits als volgt:

Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp + Lijdend Voorwerp
Ich gab dem Herren ein Taschentuch.

Omdat het Duits echter naamvallen kent, is het mogelijk om de volgorde te verwisselen. Theoretisch gezien kun je de zin door elkaar halen en ze toch nog begrijpen, maar in de praktijk vervangt één van de elementen het onderwerp aan het begin, waardoor het onderwerp direct na het werkwoord komt te staan:

Dem Herren gab ich ein Taschentuch.
Indirect Voorwerp + Werkwoord + Onderwerp + Lijdend Voorwerp.

Waar zet het Duits zijn bijwoorden?

Het Nederlands zet vaak de bijwoorden vlak voor het werkwoord. In de Duitse taal komen ze veelal na het werkwoord - ofwel vlak na het werkwoord, ofwel na het lijdend voorwerp (datief) indien aanwezig en na alle voorwerpen indien ze voornaamwoorden zijn.

Hier lees je hoe je online Duits kunt leren.

De beste leraren Duits beschikbaar
Georgette
4,9
4,9 (6 reviews)
Georgette
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Nico
5
5 (8 reviews)
Nico
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anke
5
5 (2 reviews)
Anke
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Xenia
5
5 (2 reviews)
Xenia
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Zoë
5
5 (2 reviews)
Zoë
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Lisa
5
5 (3 reviews)
Lisa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Katelijn
Katelijn
35€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Dirk
Dirk
40€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Georgette
4,9
4,9 (6 reviews)
Georgette
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Nico
5
5 (8 reviews)
Nico
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anke
5
5 (2 reviews)
Anke
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Xenia
5
5 (2 reviews)
Xenia
17€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Zoë
5
5 (2 reviews)
Zoë
15€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Lisa
5
5 (3 reviews)
Lisa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Katelijn
Katelijn
35€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Dirk
Dirk
40€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

Het Duits heeft geen onvoltooide tijden

Het Duits kent verschillende voltooid toekomende tijden (verleden, heden en toekomstig voltooid) maar geen onvoltooid toekomende tijd. De onvoltooid tegenwoordige tijd in het Nederlands (modaal werkwoord + tegenwoordig deelwoord) wordt gebruikt om een actie aan te geven die zich plaatsvindt op het moment dat men erover spreekt. Het kan ook gaan over een actie die herhaaldelijk plaatsvindt. Het Duits heeft dit niet. Zoals bijvoorbeeld:
Ik ben me aan het wassen.

In het Duits zegt men gewoon:
Ich wasche mich.
Ik was me.

Ze gebruiken de tegenwoordige tijd. Het Duits kent ook geen onvoltooide verleden of toekomende tijd. Dit is de reden waarom Duitsers die Nederlands of Engels spreken vaak problemen hebben met de onvoltooide tijden, en ze vaak gebruiken wanneer ze eigenlijk de tegenwoordige tijd zouden moeten gebruiken, en vice-versa.

Om de onvoltooide tijden toch uit te drukken in het Duits, kun je bijwoorden gebruiken:

Ich wasche mich gerade.
Ik ben me aan het wassen.

Ik ben Duits aan het leren.
Ich lerne derzeit Deutsch.

Ik ga nu naar school rijden.
Ich werde nun jeden Tag zur Schule fahren.

Het Duits gebruikt lange woorden

Het Nederlands kent best wel wat lange woorden, maar in het Duits gaan ze nog een stapje verder. Wij maken ook graag lange samengestelde woorden in het Nederlands, maar de lengte van de woorden in het Duits swingt soms echt de pan uit. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen:

Farhzeugversicherungsscheinsmappe
, wat een "map voor de autoverzekering" betekent.

Duits heeft niet zo veel uitzonderingen op grammaticale regels

In het Nederlands horen we vaak dat er uitzonderingen zijn op bepaalde grammaticale regels. In het Duits zijn er echter heel weinig uitzonderingen.

"Zwakke" mannelijke zelfstandige naamwoorden

De uitzonderingen hebben echter soms hun eigen uitzonderingen. Zwakke mannelijke zelfstandige naamwoorden zijn een type zelfstandig naamwoord dat in alle gevallen een uitgang "-en" heeft, behalve in de nominatief. Sommige hebben echter een "-n" in plaats van "-en", andere hebben een "-s" in de genitief, en "Herr" heeft een "-n" in het enkelvoud en "-en" in het meervoud. Er is zelfs een enkel onzijdig zelfstandig naamwoord dat wordt uitgesproken als een zwak mannelijk ("das Herz", het hart).

Het deelwoord van werkwoorden eindigend op "-ieren"

Duitse werkwoorden die eindigen op "-ieren" hebben het voorvoegsel "ge-" niet nodig om het deelwoord te vormen; bovendien eindigen ze allemaal op "-t":

  • “Kochen” wordt “gekocht”
  • “Machen” wordt “gemacht”
  • “Lesen” wordt “gelesen” MAAR
  • “Deklinieren” wordt “dekliniert”
  • “Dekorieren” wordt “dekoriert”.

“Zu Hause” en “nach Hause”

"Zu" is een voorzetsel dat "naar" een plaats kan betekenen, "nach" betekent meestal "na". Maar als je thuis bent (in tegenstelling tot bij iemand thuis), zeg je dat je "zu Hause" bent. Als je naar huis gaat, ga je "nach Hause".

Als je naar het huis van iemand anders gaat, ga je "zum Haus von Gaby" en als je er eenmaal bent, ben je "im Haus von Gaby". Of, natuurlijk, "bei Gaby zu Hause" - in Gaby's huis, in tegenstelling tot haar huis.

In het Nederlands ben je bij Gaby thuis.

In dit artikel geven we je enkele van de beste boeken om duits te leren.

In het Duits zit je in de bus en in het vliegtuig.

Net als in het Nederlands zitten de Duitsers "in de bus"; Zeg in het Duits dat je "auf dem Bus" bent, dan zullen heel wat Duitsers raar opkijken - ze stellen zich namelijk voor dat je bovenop de bus zit, in plaats van erin.

I sitzte im Bus.
Ik zit in de bus.

I bin im Flieger.
Ik zit in het vliegtuig.

Er zijn enkele uizonderingen in het Duits
Duitsers zitten in de bus. (Bron: Unsplash.com)

In het Duits worden verder bijvoorbeeld hoofdletters gebruik voor zelfstandige naamwoorden, en worden bijvoeglijke naamwoorden verbogen. Maar daar hebben we het over in een ander artikel.

Ontdek alles wat je moet weten over de Duitse grammatica.

>

Het platform dat privé leraren en leerlingen met elkaar verbindt

1e les gratis

Vond je dit artikel leuk? Laat een beoordeling achter!

5,00 (1 beoordeling(en))
Laden...

Joep